Verstandig baalgedrag ( van 3 tot 8 jaar)
 
Wat is het?

Veel mensen hebben geen flauw idee wat verstandig baalgedrag is. Daarmee  wordt het  moeilijk om verstandig baalgedrag aan je kind aan te leren.  

 
Wel weten we vaak precies wat ongewenst baalgedrag is.  Dit negatieve gedrag wordt vaak herkend en benoemd.  We reageren bijvoorbeeld wanneer kinderen elkaar of zichzelf pijn doen of wanneer ze iets kapot maken.  Onbedoeld wordt daarmee het negatieve  baal-gedrag bekrachtigd en krijgt het gewenste baal-gedrag nauwelijks aandacht.  Een patroon van afwijzende interacties kan zo makkelijk ontstaan en dit kan het zelfvertrouwen ondermijnen. 
 
De aandacht wordt doorgaans vooral gericht op ongewenst boos gedrag.  Door daarentegen gewenst. boos gedrag in de aandacht te plaatsen, kan dit verstandige gedrag gaan groeien. 

Met behulp van de boosheidthermometer  worden beelden en woorden gebruikt voor concreet gewenst boos gedrag. Daardoor wordt dit gewenste gedrag eerder herkend en bekrachtigd. 

Gewenst boos gedrag als ‘Even balen, schouders ophalen’, ‘“stop!” zeggen’, ‘verstandig even terug trekken’, ‘afkoelen’, en ‘stoppen met pijn doen’, worden als vaardigheden gezien waar je trots op kan zijn. Vaardigheden die je door positieve aandacht hiervoor steeds beter onder de knie zult gaan krijgen. Een patroon van positieve verbindende interacties kan zo ontstaan en het zelfvertrouwen wordt hiermee bevorderd. 

Kinderen leren vol zelfvertrouwen wat ze kunnen doen als het even tegen zit.

Hoe werkt het?
 

Een therapeute bespeelt een schildpadhandpop. Via deze handpop spreekt en speelt ze met ouders en kinderen. Noortje schildpad houdt van ouders en kinderen. Zij is blij ze te zien. ZIj is oprecht nieuwsgierig naar de intenties van ouders en kinderen. Zij gaat er van uit dat ze goede redenen hebben waarom ze doen zoals ze doen. 

Noortje wil begrijpen wat er speelt. zij heeft een houding van compassie. ZIj is blij dat zij niet de enige is die worstelt met frustraties. ZIj vindt het prachtig als ouders en kinderen haar vertellen over hun dagelijks leven. 

Je komt samen met ouder en kind 4 tot 5 maal samen naar te praktijk. Hier leren we samen met de handpop hoe we beter kunnen balen, zachtjes balen. Zowel ouder als kind krijgen taal en houvast om beter om te gaan met boosheid. De boosheids- en spanningsthermometer leren jullie gebruiken om spanning te (h)erkennen bij onszelf en anderen en je leert zoeken wat er dan nodig is om weer tot rust te komen.

Dit is dan het begin om gedragsverandering te versterken, elkaar beter te leren begrijpen. Enkel het verder zetten en volhouden van deze interventies zal echt resultaat geven.